@font-face{ font-family: 'PT Serif'; src: url('https://fonts.wp.com/s/ptserif/v19/EJRVQgYoZZY2vCFuvAFWzr-_dSb_.woff2') format('woff2'); font-display: swap; } @font-face{ font-family: 'PT Sans'; src: url('https://fonts.wp.com/s/ptsans/v18/jizaRExUiTo99u79D0KExcOPIDU.woff2') format('woff2'); font-display: swap; }

Uitleg – Voorzetsels van plaats

Voorzetsels van plaats zijn lastig om te onthouden. Vooral omdat wij onze voorzetsels niet altijd op dezelfde manier gebruiken als in het Engels. Daarom leek het me een goed idee om jullie hier iets over te vertellen. Laten we beginnen! Wat zijn voorzetsels van plaats? Voorzetsels van plaats geven aan waar iets of iemand zichContinue reading “Uitleg – Voorzetsels van plaats”

Hoe gebruik je het woordje ‘er’?

Eindelijk een post over het woordje ‘er’! Vind je het een lastig (en misschien zelfs eng) woordje en snap je niet goed hoe je het moet gebruiken? Dat begrijp ik heel goed. Je zal er veel mee moeten oefenen om het goed te leren begrijpen. Ik hoop dat mijn uitleg je hier een beetje bijContinue reading “Hoe gebruik je het woordje ‘er’?”

Hoe gebruik je ‘deze’, ‘die’, ‘dit’ en ‘dat’ in het Nederlands?

Deze, die, dit en dat kunnen lastig zijn, omdat ze verbonden zijn met de lidwoorden. Demonstratieven (of aanwijzende voornaamwoorden) gebruik je om iets of iemand aan te wijzen. In het Nederlands zijn er vier belangrijke aanwijzende voornaamwoorden. De-woorden Deze gebruik je bij de-woorden in het enkelvoud.   Voorbeeld → Deze auto is nieuw. Die gebruik jeContinue reading “Hoe gebruik je ‘deze’, ‘die’, ‘dit’ en ‘dat’ in het Nederlands?”

Nederlandse vraagwoorden: Hoe gebruik je ze?

In het Nederlands gebruik je vraagwoorden om vragen te stellen. Deze woorden helpen je om meer informatie te krijgen over een onderwerp, zoals wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe. Hieronder vind je de belangrijkste Nederlandse vraagwoorden en hoe je ze kunt gebruiken. 1. Wie (who) Wie gebruik je om te vragen naar personen. EenContinue reading “Nederlandse vraagwoorden: Hoe gebruik je ze?”

Lidwoorden: Tips en voorbeelden

Lidwoorden kunnen voor aardig wat frustratie zorgen. Is het ‘de tas’ of ‘het tas’? Welke was het ook alweer? Bijna iedereen die Nederlands leert (ja, zelfs Nederlanders!), zal zich regelmatig afvragen welk lidwoord je nou moet gebruiken. Het is een onderwerp waar je veel mee zal moeten oefenen. Geen zorgen! Ik ben er om jeContinue reading “Lidwoorden: Tips en voorbeelden”

Wanneer gebruik ik hebben of zijn? Regels en praktijkvoorbeelden

Wanneer gebruik ik hebben of zijn? Het blijft lastig om dit te leren en te onthouden. De gemiddelde Nederlander kan je dit meestal ook niet uitleggen. Ze hebben dat vroeger op school geleerd en door de taal veel te gebruiken, weten ze het gewoon. Maar hoe zit het nu precies? Dat zal ik je uitleggen,Continue reading “Wanneer gebruik ik hebben of zijn? Regels en praktijkvoorbeelden”

De verleden tijd en voltooide tijd

De verleden en voltooide tijd zijn voor velen de lastigste tijden om te leren. Deze twee tijden vertalen vrijwel hetzelfde in het Engels. Daardoor is het verschil lastig te begrijpen. Om de verleden en de voltooide tijd steeds beter te begrijpen, is het goed om veel te oefenen. Laten we beginnen! Hieronder lees je tweeContinue reading “De verleden tijd en voltooide tijd”

De comparatief en superlatief

Hoe werkt het ook alweer? Je gebruikt de comparatief om twee dingen met elkaar te vergelijken. De comparatief = een adjectief + er. Een paar voorbeelden: Granny Smith appels zijn zuurder dan Fuji appels. ‘s Ochtends drink ik liever koffie dan thee. Dit groene kussen is zachter dan dat gele kussen. Je gebruikt de superlatiefContinue reading “De comparatief en superlatief”

```