@font-face{ font-family: 'PT Serif'; src: url('https://fonts.wp.com/s/ptserif/v19/EJRVQgYoZZY2vCFuvAFWzr-_dSb_.woff2') format('woff2'); font-display: swap; } @font-face{ font-family: 'PT Sans'; src: url('https://fonts.wp.com/s/ptsans/v18/jizaRExUiTo99u79D0KExcOPIDU.woff2') format('woff2'); font-display: swap; }

Wanneer gebruik ik hebben of zijn? Regels en praktijkvoorbeelden

Wanneer gebruik ik hebben of zijn? Het blijft lastig om dit te leren en te onthouden. De gemiddelde Nederlander kan je dit meestal ook niet uitleggen. Ze hebben dat vroeger op school geleerd en door de taal veel te gebruiken, weten ze het gewoon. Maar hoe zit het nu precies? Dat zal ik je uitleggen, want er zijn namelijk regels voor.

In de meeste gevallen kan je het hulpwerkwoord hebben gebruiken, maar wanneer gebruik je dan zijn?

  1. als het hoofdwerkwoord een verandering in de situatie aangeeft.
  2. als we: worden, zijn, blijven, komen, beginnen en gaan gebruiken.
  3. als we de richting of locatie (vaak gecombineerd met naar) noemen waar we zijn geweest (beweging met een doel).

Gebruik je een richting/locatie in de zin (meestal met naar)? Ga je de werkwoorden worden, zijn, blijven, komen, beginnen of gaan gebruiken? Of verandert het hoofdwerkwoord de situatie? Dan gebruiken we dus het hulpwerkwoord zijn.

Blijf oefenen. Het wordt echt makkelijker!

Dat kan! Ga naar Learn Dutch with me voor meer leuke oefeningen. Dit was het voor vandaag.

Tot volgende week!

Liefs, Renée

```