Wanneer gebruik ik hebben of zijn? Het blijft lastig om dit te leren en te onthouden. De gemiddelde Nederlander kan je dit meestal ook niet uitleggen. Ze hebben dat vroeger op school geleerd en door de taal veel te gebruiken, weten ze het gewoon. Maar hoe zit het nu precies? Dat zal ik je uitleggen, want er zijn namelijk regels voor.
In de meeste gevallen kan je het hulpwerkwoord hebben gebruiken, maar wanneer gebruik je dan zijn?
Je gebruikt zijn …
- als het hoofdwerkwoord een verandering in de situatie aangeeft.
- als we: worden, zijn, blijven, komen, beginnen en gaan gebruiken.
- als we de richting of locatie (vaak gecombineerd met ‘naar’) noemen waar we zijn geweest (beweging met een doel).
Een uitgebreidere uitleg van de hulpwerkwoorden met voorbeelden vind je op Learn Dutch with me.
Laten we even oefenen
Kies het juiste antwoord. Waarom hebben we het hulpwerkwoord zijn gebruikt? Let op! Er zijn soms meerdere antwoorden mogelijk.
Wrong shortcode initialized
Goed gedaan!
Deel je eigen voorbeelden in het opmerkingenveld onderaan de post.
Kort samengevat
Gebruik je een richting/locatie in de zin (meestal met naar)? Ga je de werkwoorden worden, zijn, blijven, komen, beginnen of gaan gebruiken? Of verandert het hoofdwerkwoord de situatie? Dan gebruiken we dus het hulpwerkwoord zijn.
Blijf oefenen. Het wordt echt makkelijker!
Wat vond je van deze oefening?
Jouw mening is belangrijk! Laat me weten wat je van deze oefening vond. Geef het een duimpje omhoog/omlaag of deel je mening onderaan deze post.
Alvast bedankt!
Wil je meer oefenen met de verleden/voltooide tijd?
Dat kan! Ga naar Learn Dutch with me voor meer leuke oefeningen. Dit was het voor vandaag.
Tot volgende week!
Liefs, Renée