Voorzetsels van tijd gebruiken we erg vaak. Daarom leek het me een goed idee om jullie hier vandaag iets over te leren. Zijn jullie er klaar voor?
Wat zijn voorzetsels van tijd?
Voorzetsels van tijd geven aan wanneer iets gebeurt.
Welke voorzetsels van tijd gebruiken we het meest?
In
(in)
→ wordt gebruikt voor langere tijdsperiodes – maanden, jaren of dagdelen.
Op
(on)
→ wordt gebruikt voor specifieke dagen of data.
Om
(at)
→ wordt gebruikt voor exacte tijdstippen.
Sinds
(since)
→ geeft aan wanneer iets is begonnen en nog steeds duurt.
Tot
(till)
→ geeft het einde van een periode aan.
Vanaf
(from)
→ geeft het begin van een periode aan.
Voor/Na
(before/after)
→ verwijzen naar tijd voor of na een bepaald moment.
Een paar voorbeelden:
- We gaan in augustus op vakantie.
- Ik heb op maandag een afspraak.
- De trein vertrekt om 9 uur.
- Ik woon hier sinds 2020.
- We blijven hier tot vrijdag.
- De winkel is vanaf 9.00 uur open.
- We gaan voor de film iets eten.
- → We are going on vacation in August.
- → I have an appointment on Monday.
- → The train leaves at 9 a.m.
- → I live here since 2020.
- → We will stay here until Friday.
- → The store is open from 9 a.m. onwards.
- → We’re going to eat something before the movie.
Tijd om te oefenen
Wrong shortcode initialized
Wrong shortcode initialized
Wat vond je van deze post?
Dit was het weer voor vandaag! Tot volgende week!
Wil je meer Nederlands oefenen? Dat kan op deze pagina. Veel plezier en succes!
Liefs, Renée